Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

F-site | 11 December 2017

Scroll to top

Top

12 Comments

Referendum: Publieke Omroep moet bij de feiten blijven

Referendum: Publieke Omroep moet bij de feiten blijven
Ton F. van Dijk

Het voelt toch een beetje raar. Om na een spelletje Ganzenbord of Monopoly met z’n allen de uitslag te “interpreteren”. Ik bedoel: de spelregels zijn bij iedereen bekend. Toch?

Dus wat valt er af te dingen op de uitslag van dit eeuwenoude volksvermaak? De winnaar heeft gewoon gewonnen. En de verliezer verloren. Tenminste zo zie ik het.

En datzelfde geldt wat mij betreft ook voor het referendum. Mogelijk geworden op basis van de nieuwe referendumwet die weloverwogen tot stand is gekomen. De wet passeerde Tweede en Eerste kamer en kreeg rechtskracht. Prima.

Bedoeling van zo’n referendum is om burgers de mogelijkheid te geven zich uit te spreken over wetten die zijn aangenomen in het parlement. Een vorm van directe democratie, waarbij je dus als burger een mening mag hebben over een specifiek overheidsbesluit.

Klein punt van belang is daarbij dat onze nieuwe referendumwet slechts voorziet in het zogenoemde “raadgevend” referendum. Het volk mag dus “advies” geven. De regering beslist wat men met dat advies doet. Simpel.

De spelregels van ons eerste raadgevend referendum deze week, waren vooraf dus volstrekt helder: iedereen die er in slaagt het benodigde aantal ondersteunende handtekeningen te krijgen (ik geloof zo’n 300.000) kan een referendum aanvragen.

En als het onderwerp voldoet aan de criteria en de handtekeningen binnen zijn, wordt het referendum goed gekeurd. Zo zeggen althans de spelregels.

Dat Geen Peil zich conform deze spelregels onderdeel maakte van het democratisch proces, is dan ook een gegeven waar niets op valt af te dingen. Integendeel: daar is die wet nou juist voor bedoeld. Ook (of zelfs) als het gaat om een handelsverdrag met de Oekraïne. Gewoon een kwestie van spelregels.

Datzelfde geldt voor de opkomst die nodig is om de volksraadpleging geldig te laten zijn. Minmaal 30% opkomst van de kiesgerechtigden in ons land is noodzakelijk. Haalt men die drempel, dan is het referendum geldig. Haalt men het niet, dan gaan we over tot de orde van de dag. Ook dat is een kwestie van spelregels naleven.

Wat vooraf ook volstrekt duidelijk was, is dat je als kiesgerechtigde mag stemmen, maar dit niet verplicht bent. Om allerlei jou moverende redenen mag je dus naar de stembus gaan. Maar is het ook toegestaan thuis te blijven als je dat liever wilt. Zo zijn de spelregels nu eenmaal.

Geheel volgens die regels vond het referendum plaats.

Zelf besloot ik zelf op het allerlaatste moment om VOOR te stemmen, omdat ik door kreeg dat de opkomstdrempel waarschijnlijk gehaald zou gaan worden. En ik die arme stakkers die hebben gevochten op het Maidan plein juist voor dit verdrag niet in de steek wilde laten.

Anderen stemden tegen het verdrag. En weer anderen besloten helemaal niet te gaan stemmen. Het mag allemaal als je de spelregels leest. Er is niks onduidelijks aan.

En dat geldt ook voor de uitslag van het referendum: als de opkomst van 30% wordt gehaald is de meerderheid van het aantal stemmen bepalend voor de “raad” die aan de regering wordt gegeven.

Meer is het eigenlijk niet. The winner takes it all. Als er maar genoeg mensen zijn opgekomen.

Het referendum inzake de Oekraïne voldeed aan alle spelregels. En dus was er bij een opkomst van 32% sprake van een geldige uitspraak.

Lees gewoon de spelregels.

En een grote meerderheid van de stemmers was tegen het associatieverdrag met Oekraïne.

Waarom? Dat is volgens de spelregels helemaal niet relevant. Er staat nergens dat stemmers een stemverklaring moeten geven om gehoord te worden in hun advies aan het kabinet. Je mag als burger dus zelf weten waarom je voor of tegen bent. En ook: of je wel of niet gaat stemmen.

Kortom: de opkomst is bepalend. En het aantal voor- en tegenstemmers. Degene met de meeste stemmen wint. Het is net Monopoly of Ganzenborden. Zolang je de spelregels niet tijdens het spel wijzigt, zal iedereen met de uitkomst moeten leven. Er kan er maar een winnen.

Maar kennelijk doet democratie pijn als een raadgevend referendum een advies oplevert waar de gevestigde orde niet mee kan leven. En dus gaat het niet meer om de spelregels (er kan maar een winnaar zijn) maar gaat het in politiek en media achteraf bovenal om de “interpretatie” van de uitkomst.

Vooral de verliezers haastten zich de uitslag te “duiden”. Hoeveel mensen waren er eigenlijk niet gaan stemmen? Wat waren de onderliggende motieven van Geen Peil? En moest het kabinet dit advies wel overnemen? Nu zoveel mensen eigenlijk voor waren, maar niet naar de stembus waren gegaan?

De kampioen van het interpreteren was NOS journaliste Dominique van der Heijde bij Nieuwsuur. Persoonlijk vond ik het behoorlijk gouvernementeel hoe Dominique als een volleerde vertegenwoordiger van het politieke establishment de uitslag zo wist te “duiden” dat een “referendum uit het boekje” alsnog alle kanten op kon.

Pijnlijk: want er viel strikt genomen helemaal niks te “duiden” of te “interpreteren”. De uitslag van het referendum is gewoon een feit: de spelregels werden nageleefd. Het NEE-kamp  heeft gewonnen. En de regering? Die kreeg een advies. Punt. Meer hoeft een journalist ons niet te “duiden”. Wat mij betreft dan.

Zoals gezegd: soms doet democratie gewoon pijn en moet je je verlies nemen. Zeker bij de publieke omroep, die van ons allemaal is. Ook van de mensen die NEE hebben gestemd en van hen die besloten helemaal niet te gaan.

 

Comments

  1. Martin Fröberg

    Beste Ton,

    Goed dat je dit punt agendeert. Jouw vergelijking van de spelregels van Monopoly of Ganzenborden met een raadgevend referendum gaat mank in mijn optiek. Er zijn andere spelletjes te verzinnen als ‘voetjebal’ waar de spelregels ook zijn veranderd ( toen ik voetbalde mocht je maximaal twee spelers wisselen, nu drie).

    Over de opmerkingen van Dominique van der Heijde, ga ik aan het eind van dit stuk in. Eerst waar het werkelijk om gaat in mijn opinie.

    Onze democratie is aan erosie onderhevig. We zien in een groeiende machteloosheid van de nationale en lokale politici. Politieke leiders hebben steeds minder gezag, steeds minder macht, zijn steeds afhankelijker geworden van toevallige coalities, van herverkiezingen, van de waan van de dag en van hun beeld in de media. Regeringen vallen steeds sneller, politieke leiders worden steeds sneller ingewisseld voor nieuwe leiders. Het vertrouwen in de politiek is verdwenen zoals Peter van der Wel zo treffend verwoord. Er is veel politieke onvrede in de samenleving. En niet alleen in NL. Die politieke onvrede bewijst dat er wel degelijk veel politiek bewustzijn en betrokkenheid is. Alleen zijn de bestaande politieke partijen niet in staat deze betrokkenheid te vertolken.

    Daarom is er hervorming nodig van onze democratie. Het is de hoogste tijd om een systeem dat nog dateert uit het begin van de industriële revolutie aan te passen aan de eisen van deze tijd van snellere communicatie, overvloedige informatie, veel beter opgeleide burgers en veel meer welvaart. Overal in de samenleving zien we de systemen zich hieraan aanpassen. Ons politiek systeem kan daar niet bij achterblijven.

    Allereerst het referendum. Bij het maken van de eerste contouren van deze wet in de jaren ’90 was er als sprake van minimaal 300.000 handtekeningen. Er was nog geen Social Media. In die tijd waren zoveel handtekeningen een enorme hoeveelheid. Nu lachen we daar om. Welke wet -inmiddels aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer is de volgende keer aan de beurt? De techniek geeft ons nieuwe mogelijkheden om ons snel rondom een thema te verenigen. Na zowel het referendum rondom de ratificatie van het EU-verdrag en het recente Oekraïne verdrag is het tijd om de balans op te maken.

    Kortom meer focus aanbrengen in welke onderwerpen wij alleen toevertrouwen aan de eens per vier jaar door ons allemaal gekozen volksvertegenwoordigers (lokaal, provinciaal, landelijk). En dus tegelijkertijd ook bepalen welke onderwerpen referendabel zijn. Daarnaast niet een absoluut aantal i)ndieners benoemen, maar een percentage van kiesgerechtigden. Dat zou heel goed 30 procent kunnen zijn. En vervolgens de geldigheid laten afhangen van het dubbele aantal (dus in dit geval 60%) opkomst.

    Daarnaast ben ik een voorstander om niet langer in provincies te denken (de provincies zijn een product uit 1850 met in 1986 de toevoeging van Flevoland), maar in regio’s. Daarmee bedoel ik die delen van het land die daadwerkelijk veel gemeenschappelijke en economische kenmerken hebben. Immers in een regio die vooral van distributie afhankelijk is, kun je andere behoeften hebben, andere regel luwe maatregelen willen treffen dan bijvoorbeeld een regio waarin ontwikkeling van High Tech een belangrijke pijler is. Kortom de regio’s zien als hotspots vanuit de gedachte Think Global, Act Local. Ik vind de regio’s Eindhoven (High Tech), Rotterdam (Distributie), Amsterdam (Creatief in de breedste zin), Utrecht-Wageningen (Life Science) daarvan goede voorbeelden. Maar een regio kan ook juist focus hebben op de VrijetijdsEconomie (Friesland) of Agrarisch. Ik schat over de duim dat je dan tot ca 40-50 regio’s komt. Per regio 1 burgemeester en B&W en een adequate raad voor kaderstelling en controle.

    Bij de landelijke verkiezingen voor de Tweede Kamer, als voor de Eerste Kamer; de helft van de leden gekozen volgens een soort districten (lees regio stelsel) en de andere helft op basis van het landelijke beeld. En de Eerste Kamerverkiezingen koppelen aan de Regionale Verkiezingen.

    Zie mij voorstellen als een aanmoediging om met elkaar in NL hierover de discussie te starten. De tijden veranderen exponentieel snel, ons democratisch stelsel kan daar niet bij achter blijven.

    En ja, ik ben met je eens dat er weinig viel te duiden voor Dominique van der Heijde. Het was gewoon een feit. Of je het nu leuk vind of niet. Dan hadden we met elkaar maar eerder proactief met democratie 3.0 aan de gang moeten gaan. De samenleving en economie zijn al lang op weg naar versie 3.0.

    Ga door met je oordelen. Het zorgt voor de noodzakelijke ‘reuring’ over belangrijke thema’s als integriteit, onze werking van de democratie en dus onze manier van samenleven. Vaak pijnlijk, maar noodzakelijk. Ik heb als kind al geleerd dat een keer je hand achtelooos tegen een hete verwarming leggen ervoor zorgt je het de volgende keer wel laat.

    Met warme groet,

    Martin Fröberg

    • Ton F. van Dijk

      En voor de transparantie ten behoeve van de lezers: jij bent voorzitter van D66 Amersfoort, de partij die het referendum tot zijn kroonjuwelen rekent toch?

      • Martin Fröberg

        Beste Ton,

        Inderdaad ben ik momenteel voorzitter D66 Amersfoort. En inderdaad is het referendum op de agenda gezet door D66 en is de wet met instemming van veel andere partijen door zowel de Eerste als Tweede Kamer tot stand gekomen. D66 heeft dan ook in de campagne als één van de weinige partijen zich laten zien op straat en niet alleen via TV, Radio of Internet campagne gevoerd. Overigens zijn er binnen D66 ook mensen die tegen een referendum zijn, maar om andere redenen lid zijn van deze partij (opvattingen over onderwijs, arbeid, economie, cultuur).

        Het enige – en in mijn ogen niet onbelangrijk – dat ik in mijn eerdere betoog aan de orde heb is gesteld is oproep om na te denken hoe je onze democratie in de toekomst vorm kunt geven in onze exponentieel snel veranderende wereld en dus ook onze samenleving. Wanneer alles in beton wordt gegoten, ontstaat erosie in het cement tussen ons politieke stelsel en de ‘rikketik’ van de samenleving. En daar is niemand mee gediend.

        Overigens blijkt uit cijfers dat een derde deel van het D66 electoraat tegen heeft gestemd.

        • Ton F. van Dijk

          Ben in ieder geval vereerd met de inhoudelijke reactie van een D66 official. Toen ik schreef over de privejet van Pechtold en zijn gejokkebrok op televisie bleef het wat mij betreft veel te stil in de partij van Hans van Mierlo. Die jij overigens goed gekend hebt.

          • Martin Fröberg

            Ik heb zeer dierbare herinneringen aan de ontmoetingen met Hans van Mierlo. Hij kon tegen een ‘zetje’, ook toen ik als reporter een documentaire op televisie bracht over de banden tussen Nederland en Indonesië waar hij als minister van buitenlandse zaken iets minder blij mee was.Verschil van inzicht en verantwoordelijkheden hoort erbij. En wat betreft de reis van Pechtold was het aan de landelijke partij om daarop in het openbaar op te reageren. Ik ken mijn verantwoordelijkheid als plaatselijk voorzitter.

            Ik hoop verder dat er nu o.a. op jouw site een discussie op gang komt over de toekomst van de democratie. En dat niet naar aanleiding van het referendum en de uitslag, maar omdat het relevant is voor onze maatschappij. Immers de wereld om ons heen verandert in rap tempo -zo niet exponentieel snel. Dan heb je met elkaar de verantwoordelijkheid om daarover diepgaand na te denken, ideeën te lanceren en een levendige discussie over te hebben met als doel: democratie in het post kapitalistische tijdperk. Kortom het tijdperk dat ontstaat na de ‘oude’ economie die door technologische veranderingen en anders denken over normen, waarden en integriteit overgaat naar een ‘nieuwe’ circulaire en duurzame (op alle fronten – niet alleen ecologisch maar ook hoe we met elkaar omgaan) economie.

          • Ton F. van Dijk

            Haha, het zou beter zijn als mondige leden van D66 gewoon zouden zeggen wat ze vinden van zo’n kwestie. Maar ja, je kunt als politicus maar beter de leider niet afvallen. En dat doet dus ook niemand. Althans in de openheid van het discours over zo’n ethische kwestie. Helaas word je daardoor wel medeplichtig aan moreel verval. Lees ook de opvatting van hoogleraar Muel Kaptein op deze site, die spreekt van een “grote integriteitsschending” van jouw morele leider.

  2. M. Van Duinen

    Ik dacht al,van 30 naar 60%,van de kiesgerechtigden?. Wie is dit?
    Het is niet alleen goud dat blinkt.
    Daar heb je al eerder over geschreven.
    M. van Duinen

  3. Het probleem is misschien wel dat een advies meestal de nuance bevat en dat op basis daarvan een afgewogen besluit wordt genomen. Nu is het advies van het volk binair (voor-tegen) en wordt er om uiteenlopende redenen voor -tegen of niet-gestemd en zit de nuance in de tamelijk vrije interpretatie achteraf.

    De interpretatie is wel degelijk van belang om te bezien wat met de uitslag moet gebeuren. Er mag natuurlijk niet onzuiver geïnterpreteerd gaan worden opdat de uitslag genegeerd kan worden.

    Beter was allicht geweest het referendum bij voorbaat bindend te verklaren, of geldig te verklaren bij een bepaalde opkomst van voor-of-tegen-stemmers. En beter was zeker ook geweest enkele simpele vragen meer te stellen om eventueel inhoudelijk opvolging te kunnen geven aan een nee-advies; waarom bent u tegen of voor?

    Een van de aardige dingen die het verdrag uitwijst is dat de internationale politiek en pers in het oosten de uitslag bijvoorbeeld duidt als anti-pro-Rusland. Het is misschien wat bijvangst, maar de koude oorlog is in Duitsland en Rusland kennelijk nog steeds voelbaar, terwijl ik het vrijwel zeker acht dat als je de Nee-stemmers laat kiezen met wie ze zich liever associëren, ze eerder kiezen voor Oekraïne dan voor Rusland.

    Interessanter wordt de duiding van een onderliggend probleem als we een aantal van dit soort referenda gehad zullen hebben. En dan kom je op hervormingsvoorstellen over hoe uiteindelijk het land -of aansluitend bij de vorige reactie, de regio’s- beter bestuurd zou kunnen worden, waarbij men zich zou kunnen afvragen of het huidige politiek bestel met versnipperde partijen die nauwelijks nog een congruent eigen geluid kennen, niet eigenlijk een groter probleem vormt dan het e.e.a. democratisch/staatkundig is geregeld.

    Maar hoe dan ook, F-site appelleert hier aan simpel moreel punt; een ongeschreven wet der sportiviteit; spelregels stel je van te voren vast. Eenmaal verloren hebbende, ga je niet -en zeker niet meteen- terugkomen op de afgesproken spelregels.

  4. Martin Fröberg

    Beste Ton,

    Je begint nu te ‘framen”. Dat vind ik jammer. Niemand is mijn morele leider. Ik heb mijn eigen interne (integriteits) kompas dat door de jaren heen steeds preciezer wordt. Jouw impliciete beschuldiging dat ik mij medeplichtig maak aan moreel verval leg ik dan ook naast mij neer. Ik had graag gezien dat je ook in was gegaan op mijn inhoudelijke bijdrage over de discussie aangaande de democratie in de toekomst. Dat doe je niet. Terwijl ik denk dat je met jouw intellect en als politicoloog daaraan een waardevolle bijdrage zou kunnen leveren.

    Met warme groet,

    Martin Fröberg

  5. eric den domme

    kijk, beste mijnheer Fröberg, die warme groet na eerst een douche met ijsblokjes te geven illustreert exact het juiste sentiment.
    exact het sentiment dat hoort bij een “goed politicus” in de beleving van de gewone, domme mensen zoals ik er zelf een ben.
    bijzonder goed verwoord, verrassend goed verwoord zelfs, echt een toonbeeld van moreel verval, maar dat zijn uw woorden, niet van andere schrijvers, al doet u dat wel zo voorkomen, wederom iets wat wij dommeriken verwachten van een politicus, hulde!
    en gelukkig is het is weer hetzelfde liedje, anders zouden wij ons kompas moeten bijstellen, draaien en keren, nog meer draaien zodat zelfs een “tegen” moet geïnterpreteerd kunnen worden zodat het eigenlijk toch de mening van de gevestigde orde bevestigd, en eigenlijk “voor” is.
    en als dat niet werkt dan is ineens de de “oeroude” democratie aan vervanging toe, hoe kan het zijn dat dit gemist was toen heel euforisch het in relatie toch zeer maagdelijke referendum verzonnen werd, en in een vlaagje van vermeende macht afgedwongen werd, had toen niet de toen ook oude democratie aangepakt moeten worden, dan was er wel iets geweest om trots op te zijn, het referendum bent u ook al niet meer trots op lijkt het.
    slechts 32% neemt dit politieke gezeuren serieus, is de rest echt zo dom denkt u?
    of zou de andere 68% (zelfs de helft is meer dan diegenen die wel zijn gaan stemmen) al wel hebben zien aankomen dat een tegen een voor moest worden, en een voor alleen maar overdreven euforie zou opleveren voor de bedenkers van het referendum?
    kortom, het referendum deugt niet, de democratie deugt niet, en de spelregels die ooit afgedwongen waren moeten we niet serieus nemen, of heb ik u verkeerd begrepen? (ik ben maar dom namelijk)
    en oja, spelregels het is niet tijdens of na een wedstrijd bepaald dat je meer spelers mocht wisselen, die regel was aangepast voor de volgende wedstrijd, wel zo eerlijk vind u niet?

    • Martin Fröberg

      Beste Eric,

      Houd je niet voor de ‘domme’. Op voor mij anonieme schrijvers reageer ik niet.

      Ik zie deze site als een serieus podium dat alert zaken aan de kaak stelt en waarop gereageerd kan worden. Ik wil graag mensen in de ogen kunnen kijken bij een polemiek. Dus anonieme reacties die geen ander doel hebben dan vrijblijvend zonder verantwoordelijkheid te schrijven, daar kan ik niets mee.

      Wanneer iemand anoniem reageert omdat hij/zij anders vanwege een bijdrage in de problemen komt, kan ik begrijpen. Maar daar is hier geen sprake van, zover ik kan overzien.

      Voor de helderheid voor alle andere lezers: de uitslag van het referendum, is de uitslag. De uitspraak is helder en dat zal gevolgen hebben voor de opstelling van Nederland aangaande het verdrag met de Oekraïne. Zo gaat dat in een democratie.

      Met warme groet aan de niet anonieme schrijvers n.a.v. dit blog,

      Martin Fröberg

  6. eric den domme

    Is het niet vreemd dat een mening, een visie van iemand die anoniem is, niet meetelt voor meneer Fröberg?
    Als ik wel bekend zou zijn was een inhoudelijke reactie wel gegeven, maar onbekend plebs hoef u niet op te reageren?
    Heel verrassend is dat natuurlijk ook weer niet, het is een slechts drogreden om uit de wind te kunnen blijven, een tactiek die steeds meer herkend wordt door een steeds groter gedeelte van de bijna 17 miljoen “dommen”, maar waar u als supermens niets mee hoeft te doen natuurlijk.
    interessant hoe u het volk meent te vertegenwoordigen, maar dan visies van onbekenden niet serieus zou hoeven te nemen.
    Omdat u ons niet kent en niet in de ogen kan of durft te kijken is het gerechtvaardigd om uw mening op de meningen van door u geselecteerde personen te stoelen.
    Kortom, ik heb me niet gekwalificeerd om te reageren volgens uw spelregels, en dus mag ik niet deelnemen, vind ik dat erg? nee, ik ben blij dat er nog meer bevestiging is voor de reden dat slechts 32% van de stemgerechtigden nog wel slaafs gebruik maakt van hun democratisch recht.

    wel lief dat u ons evengoed een warme groet stuurt, luisteren wil u niet, niet maar lief zwaaien wel, dan lijkt het tenminste nog iets.

Submit a Comment