Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

F-site | 18 September 2018

Scroll to top

Top

No Comments

De "overdrive" van Baudet verliest aan kracht. Net als zijn excuses.

De “overdrive” van Baudet verliest aan kracht. Net als zijn excuses.
Ton F. van Dijk

Er gebeurde iets opmerkelijks in het debat over de intrekkingswet inzake het raadgevend referendum gisteravond.

Thierry Baudet (FvD) verweet minister Ollongren (D66)  van Binnenlandse zaken, dat zij als een “sluipmoordenaar” de democratie om zeep helpt.

Vervolgens bood dezelfde Baudet de minister niet veel later zijn welgemeende excuses aan voor dit “onparlementaire taalgebruik”.

Netjes zult u denken.

Maar bij Baudet is niets wat het lijkt. Vorige week kreeg hij een standje van kamervoorzitter Arib in verband met het gebruik van (te) stevige bewoordingen in het het debat.

Zijn excuses aan het adres van de minister gisteren moeten dan ook vooral gezien worden als een sneer naar de kamervoorzitter.

Baudet was gewoon aan het schmieren.

Intussen groeit de virtuele aanhang van de lavendula lievende politicus met de dag. In een peiling staat zijn partij nu op 15 zetels. Daarmee zou het Forum voor Democratie de tweede partij van Nederland zijn in het het extreem versnipperde politieke landschap.

En dus weet Baudet dat zijn aanpak – en daarmee ook zijn aanvallende taalgebruik – hem electoraal succes oplevert. Met nieuwe parlementaire hoogte- of dieptepunten tot gevolg. Dit alles afhankelijk van het perspectief.

Gisteren ging Baudet daarom tijdens het debat verder in de overdrive.

De toon waarmee hij sprak, was ingestudeerd verontwaardigd. En datzelfde geldt ook voor zijn woordkeus. Zo verweet hij het kabinet een “staatsgreep” te plegen.

Dit omdat het kabinet ervoor koos om de juridische toelichting op de intrekkingswet van de Raad van State te volgen. En daarmee niet de juridische interpretatie van Baudet.

Die betoogde dat de intrekkingswet pas van kracht wordt, wanneer deze wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Hij verwees daarbij naar de grondwet, die dit voorschrijft.

Maar de Raad van State vindt de aanpak van het kabinet “juridisch effectief” en dus stelde Ollongren, dat het raadgevend referendum gewoon kan worden afgeschaft, ook als de wetswijziging nog niet is bekend gemaakt in het staatsblad.

Het leverde de minister niet alleen de ferme beschuldiging op een couppleger te zijn. Maar aansluitend ook een motie van wantrouwen van Baudet. Die natuurlijk tegelijkertijd om hoofdelijke stemming vroeg, waardoor de meeste kamerleden acte de présence moesten geven ongeacht het relatief late tijdstip van debat.

Over “effectiviteit” gesproken. Baudet kan er zelf ook wat van.

Baudet heeft wel in toenemende mate een probleem, zo lijkt het. Door stelselmatig te kiezen voor woorden als staatsgreep of sluipmoordenaar, dreigt zijn onorthodoxe aanpak nu snel bot en sleets te worden.

Datzelfde geldt voor de door Baudet geliefde motie van wantrouwen met hoofdelijke stemming.

Want hoe vaak kun je het vertrouwen in een bewindspersoon opzeggen zonder dat het saai wordt?

Submit a Comment