Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

F-site | 20 September 2018

Scroll to top

Top

No Comments

Twitterende huisartsen vegen vloer aan met tuchtcollege. Maar is dat terecht?

Twitterende huisartsen vegen vloer aan met tuchtcollege. Maar is dat terecht?
Ton F. van Dijk

Moet een huisarts in de gaten houden of een patient medisch advies opvolgt? “Ja” zegt het medisch tuchtcollege in de zaak van een vrouw die met een knobbeltje in haar borst de dokter bezocht.

Tijdens het consult voelde de jonge en onervaren huisarts, die nog in opleiding was, geen afwijkingen in de borst van de vrouw. In het dossier noteerde de arts, dat de vrouw na twee weken terug moest komen, indien de klachten zouden aanhouden. Als zij opnieuw iets zou voelen dus.

De patiente in kwestie was alleen maar “opgelucht”. Er was niets aan de hand. Het advies van de huisarts om na twee weken terug te komen als ze alsnog een knobbeltje in haar borst zou voelen, heeft de arts volgens de patiente niet gegeven.

En dus besteedde deze patiente geen aandacht meer aan de eventuele afwijking in haar borst. Tot geruime tijd later de zaak alsnog in een stroomversnelling kwam door aanhoudende klachten. Toen was het echter te laat: in het ziekenhuis werd uitgezaaide borstkanker vastgesteld. Een levensbedreigende aandoening.

Waar was het fout gegaan? De patiente stapte naar het medisch tuchtcollege en voerde aan dat de arts haar niet had verteld, dat zij na twee weken terug had moeten komen, zoals in de interne artsenrichtlijn staat. Zij herinnert zich slechts de opluchting na het bezoekje aan de dokter, omdat er volgens de huisarts “niets aan de hand” was.

De huisarts heeft inmiddels helemaal “geen herinnering” meer aan het consult. Wel blijkt uit het dossier dat daarin staat dat de patiente na twee weken terug diende te komen voor controle als er twijfel was.

De ernstig zieke patiente verwijt de arts dat deze haar dit helemaal niet heeft verteld. En dat de huisarts zelf na twee weken had moeten informeren, hoe het ervoor stond gezien ernst van de mogelijke klacht en de inhoud van de artsenrichtlijn. Ook – en dat is een belangrijk punt – als zij het advies van de arts tijdens het consult niet goed begrepen zou hebben.

Het medisch tuchtcollege neemt die redenering over en vindt dat de huisarts zich er te makkelijk van af heeft gemaakt door de verantwoordelijkheid voor de follow up volledig bij de patient te leggen. De arts had zelf moeten zorgen dat de patiente na twee weken opnieuw werd gezien en eventueel doorverwezen naar een specialist.

De zorgplicht van de arts gaat dus verder dan het geven van een advies aan een patient blijkt uit deze zaak met ernstige gevolgen. De arts dient in bepaalde gevallen pro actief te zorgen dat een patient het medisch advies daadwerkelijk opvolgt.

Het klinkt logisch.

“Maar dat is het niet”, zeggen veel huisartsen zo bleek gisteren tijdens een verwoede discussie op twitter over de uitspraak van het tuchtcollege (de huisarts kreeg een “waarschuwing”). De werkdruk is veel te hoog om te controleren of patienten adviezen wel overnemen, is een van de argumenten.

Dit is een valide argument. Huisartsen functioneren onder enorme druk en hebben vaak maar vijf minuten per consult om beslissingen te nemen over leven en dood. Vanuit dat perspectief is hun kritiek op de uitspraak van het tuchtcollege te begrijpen.

Toch is de negatieve houding van de huisartsen ten aanzien van de tuchtrechtelijke uitspraak op twitter zorgelijk.

De wijze waarop een zorgvuldig totstandgekomen uitspraak van een medisch tuchtcollege, met daarin twee artsen, onder wie een hoogleraar, vrijwel gelijk  – en zonder uitgebreide weging – op twitter naar de prullenbak werd verwezen, getuigt mogelijk van een dieper probleem in de huisartsenzorg.

Deze casus lijkt duidelijk te maken dat sommige huisartsen niet bereid zijn te accepteren dat er buiten de beslotenheid van de spreekkamer door een derde wordt gezegd dat er een verwijtbare fout is gemaakt.

De mogelijkheid van toetsing van het handelen van huisartsen is de enige waarborg die patienten (en daarmee de samenleving als geheel)  hebben dat artsen kunnen worden gecorrigeerd indien nodig en dat richtlijnen worden aangescherpt als deze onjuist worden toegepast.

Het gaat dan niet aan om meteen na een kritische uitspraak het medisch tuchtcollege openlijk af te schilderen als een quantité negliable, die niets heeft begrepen van de artsenpraktijk.

De “twitterende huisartsen” zouden er beter aan doen tot tien te tellen, de uitspraak van het tuchtcollege serieus te nemen en te kijken hoe dit soort ernstige misverstanden tussen arts en patient kunnen worden voorkomen.

En dan pas conclusies te trekken.

Huisartsen hebben meer dan bijna iedere andere professional het primaat in hun eigen spreekkamer. En dat is een zware verantwoordelijkheid. Eenzaam ook.

Maar door wie wordt de huisarts in zijn zelfstandigheid begeleid en indien nodig gecorrigeerd?

In deze zaak is er ogenschijnlijk (afgaande op de heftige reacties van huisartsen op twitter) een gebrek aan bereidheid om verantwoording af te leggen aan het medisch tuchtcollege en opgelegde sancties te aanvaarden.

Maar ook huisartsen dienen zichzelf te onderwerpen aan toetsing en enig respect te tonen voor de interne rechtsgang.

Van een kritische uitspraak kun je leren, maar niet als huisartsen meteen in de hoogste boom van verontwaardiging klimmen, omdat alleen zij menen te weten hoe het werkt. Dat is net iets te kort door de bocht.

Submit a Comment