Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

F-site | 13 November 2018

Scroll to top

Top

No Comments

Ollongren (D66) wil zetelrovers aanpakken. Terecht?

Ollongren (D66) wil zetelrovers aanpakken. Terecht?
Ton F. van Dijk

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken roept gemeenteraden op streng op te treden tegen zogenoemde “zetelrovers”. Heeft ze een punt?

In de wet is vastgelegd dat iedereen die democratisch wordt gekozen in een vertegenwoordigende functie, zoals de tweede kamer, de provinciale staten of de gemeenteraad, daar zit om het gehele volk te vertegenwoordigen.

Als gekozen volksvertegenwoordiger ben je dus niet alleen “ingehuurd” door je eigen kiezers, maar ook ten behoeve van de mensen die niet op jou hebben gestemd.

Dat staat zo in de wet. “Zonder last” heet dat. En dat betekent in feite, dat een volksvertegenwooriger zijn werk doet, zonder dat hij zich bezwaard hoeft te voelen ten opzichte van welk belang dan ook. Je bent als kamer- of raadslid volstrekt autonoom en onafhankelijk.

Zo zeer zelfs dat wanneer je onverhoopt ruzie krijgt met je eigen partij, dit niet betekent dat je je zetel verliest.

Dit lijkt de wetgever met een reden te hebben gedaan. De zetel van een volksvertegenwoordiger vormt de ultieme garantie dat zijn onafhankelijkheid goed is geregeld.

In de praktijk werkt dit inmiddels anders, zo blijkt ook uit de recente oproep van Ollongren om “zetelrovers” aan te pakken. Want wat niet in de wet staat, is dat de politieke leiding van fracties in kamer of gemeenteraad graag ziet, dat alle leden van een fractie precies doen wat de baas wil. Niks onafhankelijkheid.

“Fractiediscipline” heet dat. Als volksvertegenwoordiger mag je blij zijn dat je op de kieslijst van je partij wordt gezet. En in ruil beloof je oneindige loyaliteit aan de partij. Het principe “zonder last” wordt daarmee geweld aan gedaan. Maar dat lijkt niet uit te maken.

Als gekozen volksvertegenwoordiger luister je naar de leider en stem je zoals de partij wil dat je stemt. Zo kan het dat de communicatieadviseurs en politiek assistenten, die de fractievoorzitter om zich heen verzamelt in de politieke praktijk veelal meer macht hebben dan gekozen parlements- of raadsleden.

Het is niet de autonomie van de gekozen vertegenwoordiger die voorop staat, maar de loyaliteit aan de partij gedefinieerd door ingehuurde medewerkers.

En daar is het vocabulaire inmiddels op aangepast. Een raadslid of kamerlid dat vasthoudt aan zijn zetel na een conflict met de eigen partij en zonder last wil kunnen functioneren is een “zetelrover” geworden. Want de zetel is in dat denken “eigendom” van de partij en niet van de gekozene.

Het woord “zetelrover” is aldus een modieus begrip geworden. Het wordt echter te makkelijk gebruikt en gaat volledig voorbij aan de positie die de wetgever voor een volksvertegenwoordiger heeft beoogd.

Ollongren zit er dan ook naast bij haar oproep om zetelrovers aan te pakken. Het is ontzettend belangrijk dat ieder lid van een vertegenwoordigend orgaan z’n geweten kan volgen en niet “bang” hoeft te zijn in dat geval een democratisch verkregen zetel te verliezen.

Zo bestaat er een aangenaam evenwicht tussen afhankelijkheid van de partij en autonomie van het geweten.

Kortom: er is veel voor te zeggen om zetelroof juist te zien als een groot goed, dat ons allen behoedt voor vergaande partijterreur en vriendjespolitiek.

Submit a Comment